Gisteren vierden we de verjaardag van iemand in de familie. Niet zomaar iemand, mijn geliefde schoonpap. Samen met schoonzus had ik een piepklein feestje georganiseerd bij wijze van cadeau; hij wilde niks en hoefde niks, maar dit leek leuk. Het was ook leuk en heel gezellig.
Op de verjaardag werd mijn schoonzus gevraagd hoe het met haar studie was en of dat allemaal wel te combineren valt met werk en gezin. Er werd gesproken over hoe anderen in de familie 'het doen': de nieuwe lokatie van het bedrijf van nog andere familie, de familie die naar de andere kant van de wereld is vertrokken. Hoe mijn echtgenoot het in zijn nieuwe baan bevalt. (Let op, nog geen mening vormen!) Gezellig gepraat zoals dat gaat op een verjaardag.
Toen het feestje afgelopen was, werd schoonzus hartelijk bedankt voor haar gastvrijheid en alle zorg en organisatie. Terecht.
Alleen vond mijn ego dat niet! Ik had het best heel leuk gevonden als iemand belangstelling voor mijn nieuwe baan had getoond, gevraagd had naar hoe het met mijn studies gaat en hoe dat te combineren valt. En oh ja, ook voor mijn bijdrage aan het feestje... enzovoorts (Géén mening nog, hoor!!)
Maar ik ben mijn ego niet! En mijn ego ben ik niet!
Hoe belangrijk is het of en wat iemand van mijn bezigheden vindt? En of zij weten wat mijn bijdrage waaraan dan ook is of was? Heeft dat werkelijk invloed op hoe ik de dingen doe? Nee. Geeft het mij iets, wat dan ook, als ik een schouderklopje krijg om wat ik doe, laat of bijdraag? Ook: nee, niet werkelijk! Doe ik de dingen die ik doe om daarmee waardering van anderen te krijgen? Néé! Ik heb met liefde samen het feestje georganiseerd. Ik heb heel veel plezier in mijn nieuwe baan en ja, dat is heel druk, samen met studie, gezin en praktijk. Wie wil dat dan? ... IK! En ik alleen! Het is NIET echt heel belangrijk dus wat mijn ego wil. Als ik handel met respect voor mijzelf, respect voor anderen en alles en iedereen die er wel en niet voor mij toe doet, dan doe ik het volgens mij goed. Gehechtheid aan wat anderen vinden, levert alleen dat op: gehechtheid aan wat zij ervan vinden. Meer niet.
Ik realiseerde mij dit toen ik vers dertien van de Tao te Ching las. Dat gaf mij de gelegenheid om afstand te nemen van gevoelens die wel energie kosten en mij niets werkelijk belangrijks opleveren. Sterker nog: ze staan liefdevolle gedachtes naar anderen, die het vast goed met mij voor hebben, in de weg. Weg ermee dus, met die gedachtes en vooral gevoelens.
Nu, je mag je nu een mening vormen, als je wilt. Het doet er voor mij niet werkelijk toe.
